Een verzoek tot handhaving is één van de belangrijkste instrumenten die een burger heeft om naleving van de wet af te dwingen. Dit houdt in dat u eerst alle feiten verzamelt (bijvoorbeeld ter plaatse vraagt of met vergunning wordt gekapt, een foto van de (gekapte) boom maakt en bij de gemeente nagaat of er echt een vergunning verleend is). Vervolgens kunt u een schriftelijk verzoek om op korte termijn over te gaan tot handhaving indienen bij het gemeentebestuur.

Hierop moet binnen acht weken worden gereageerd. Door het handhavingsverzoek moet de gemeente de zaak onderzoeken en zo nodig naleving van de wet afdwingen door bestuursrechtelijke handhaving. Daarbij is het van belang dat de overheid in geval van een overtreding van wettelijke regels een “beginselplicht tot handhaving” heeft. Alleen wanneer de overtreding naar verwachting binnenkort wordt gelegaliseerd of wanneer een actief optreden onevenredig zou zijn, mag het bevoegd gezag ervan afzien.

Mocht er binnen acht weken geen actie volgen, dan biedt de wet een tweede instrument: de ingebrekestelling. Als het bevoegd gezag binnen veertien dagen na de ingebrekestelling nog steeds niet instemmend dan wel negatief beslist op het verzoek, dan is deze een “dwangsom wegens niet tijdig beslissen” verschuldigd, die oploopt van 20 tot 40 euro per dag. Het maximale bedrag van € 1260,- zou vervolgens genoeg moeten zijn om per brief de reden waarom men wel of niet overgaat tot handhaving te vernemen. Als dat ook niet werkt, bent u in elk geval verzekerd van een ingang bij de rechter.