Landgoed Ockenburgh

By 24 juni 2014Berichten

Bezwaar tegen de NB-vergunning

Het bezwaar van de Bomenstichting Den Haag komt in hoofdlijnen erop neer dat de vergunning op grond van de Natuurbeschermingswet (Nb-vergunning) voor de nieuwbouw van een congress-hotel op Ockenburgh ten koste zou gaan van een groot areaal van het habitat binnenduinrandbos (H2180C), terwijl voor dit eeuwenoude parkbos een verbeterdoelstelling is vastgesteld. Er is geen groot maatschappelijk belang dat de vernietiging van het habitat rechtvaardigt.

Ockenburgh is definitief aangewezen als Natura-2000 gebied. Dit landgoed behoort daarmee tot het Europese netwerk van waardevolle natuurgebieden. Het gebied is van grote betekenis uit het oogpunt van natuur en natuurschoon.

Ockenburgh is zo bijzonder omdat het overgrote deel van Ockenburgh bestaat uit ‘oude duinen’, in tegenstelling tot de andere duingebieden in Zuid-Holland. En Ockenburgh is in Nederland het derde belangrijkste gebied voor het habitattype binnenduinrandbos.
Voor het binnenduinrandbos in Ockenburgh geldt een verbeterdoelstelling.

De Bomenstichting Den Haag heeft haar bezwaar in de eerste plaats gericht op de bevoegdheden en geconcludeerd dat de vergunning op grond van de Natuurbeschermingswet ten onrecht door de provincie is verleend. Immers, een wijziging in de begrenzingen van de natuurbeschermingswet is de exclusieve bevoegdheid van de minister. Een eventuele wijziging van de begrenzing is alleen mogelijk via een herziening van het aanwijzingsbesluit en dient voorzien te zijn van een gemotiveerde toelichting en van een nauwkeurig ingetekende kaart. Ook een wijziging van de doelstelling van het habitat is de exclusieve bevoegdheid van de minister. Bovendien is het nodig om aan de Europese Commissie goedkeuring te vragen van de wijzigingen.

De gemeente heeft zich dus tot het verkeerde loket gewend voor toestemming om een congress-hotel in het Natura2000-gebied te mogen bouwen en de provincie heeft verzuimd om de gemeente door te verwijzen naar de minister. Beide organisaties hebben de gevolgen van het bouwplan behoorlijk onderschat.

De Bezwarencommissie van de Provincie heeft de Bomenstichting in het gelijk gesteld en het college van Gedeputeerde Staten geadviseerd het bezwaar van de Bomenstichting gegrond te verklaren (19-11-2012).

Nadat GS het advies van de Bezwarencommissie in eerste instantie naast zich heeft gelegd, is uiteindelijk – tijdens de beroepsprocedure – de vergunning gewijzigd opdat alleen in het geëxclaveerde terrein gebouwd mag worden.
De Bomenstichting is hiermee wat dit betreft uiteindelijk in het gelijk gesteld.

Beroep

Nadat de projectontwikkelaar zich heeft teruggetrokken heeft de gemeente Den Haag een tender uitgeschreven om het landhuis te kunnen verkopen.
Toch wil de gemeente de Nb-vergunning niet intrekken om hem te benutten voor de winnar van de tender. Het winnende plan is nu nog niet bekend.
Het doet naar de mening van de Bomenstichting afbreuk aan de open afweging van het belang van een project waarvoor een inbreuk op natuurwaarden plaatsvindt enerzijds en het natuurbelang anderzijds (en ook afbreuk aan de rechtspositie van belanghebbende burgers en organisaties) als een bestaande vergunning voor een oud project dat niet doorgaat zo maar voor allerlei nieuwe projecten gebruikt zou kunnen worden. De bestaande vergunning voor een project dat niet doorgaat moet vervallen.

De Raad van State heeft op 24 september 2014 uitspraak gedaan en het beroep van de Bomenstichting gegrond verklaard.
De provincie dient binnen 6 weken een nieuw besluit te nemen.

Samenwerking

De Bomenstichting heeft bij deze procedures samengewerkt met Stichting Duinbehoud  en Stichting Westlandse Natuur.