Skip to main content

BDH over het coalitieakkoord 2026-2030

Door 31 augustus 2026Actueel, Verkiezingen

Donderdag 16 juli 2026 is het nieuwe college geïnstalleerd. Daags daarvoor is het coalitieakkoord 2026-2030 “Voor den Haag, met Den Haag”, besproken en ongewijzigd gebleven.

Geen van de coalitiepartijen, die nu het nieuwe college vormen, scoorden in 2025 een voldoende als het ging om een ‘groene’ stem uit te brengen bij moties en amendementen. DENK was nog de beste met 5,6 punten gevolgd door CDA (4,7), HvDH (4,5) en de VVD (4,2) als hekkensluiter.
Hoe groen zal het college zich profileren in de komende coalitieperiode?

Het college wil stevig  en ambitieus inzetten op versneld bouwen. Tegelijkertijd belooft het college meer groen (p15) en meer bomen (p18).
Omdat de ruimte in de stad beperkt is, vergt dit wel een duidelijke visie opdat deze bouwplannen het behoud van bomen/groen en het realiseren van meer bomen/groen niet frustreren. Het college begint al met een ontsnappingsstrategie met de bewering dat groen zoveel mogelijk moet worden gerealiseerd in de deelgebieden (p17): “als dit niet lukt, wijken we er gemotiveerd van af”. De vraag die hier onmiddellijk opdoemt is welke motivaties het college denkt op te kunnen voeren gezien de Natuurherstelverordening. Onduidelijk is ook waar bomen/groen dan wel gerealiseerd kunnen worden, zoveel ruimte is er niet.
Belangrijke opmerking in dit verband is wel dat openbare ruimte en groen leidend zijn bij gebiedsontwikkeling en geen sluitpost (pagina 18). We zullen daarom o.a. bij Zuid West actief en kritisch meedenken of dat ook daadwerkelijk gaat gebeuren.

Positief is de aandacht van dit college om hittestress tegen te gaan door meer bomen te planten (pagina 35). Hittestress is ongezond en gevaarlijk. De Bomenstichting Den Haag wijst erop dat hittestress ook voorkómen kan worden door het klimaatbeleid aan te scherpen en de uitstoot van CO2 te verminderen. Bovendien is het van belang om bestaande bomen te behouden bij projecten (bouw, riolering, herinrichting). Meestal moeten bomen wijken met hittestress als gevolg. De hitte van de afgelopen weken heeft geleid tot een hoger sterftecijfer. Dat is natuurlijk niet acceptabel. Bomen, vooral die met een grote kroon, leveren de meeste koelte.
Helaas is niet duidelijk hoeveel nieuwe bomen (en met welk nieuw kroonoppervlak) het college van plan is te planten en – in samenhang daarmee – hoeveel oppervlak hittestress zal verdwijnen. Een concreet doel ontbreekt. Daarom zal de Bomenstichting Den Haag zich inzetten voor meer kroonoppervlak in versteende wijken en voor behoud van bomen bij projecten. Daar moeten we snel mee beginnen omdat het zeker 40 jaar duurt voordat bomen een voor dat doel effectieve kroon hebben ontwikkeld.
Let we: 2026 heeft de koelste zomer van de toekomst.

In plaats dat het college inziet dat aan scherpen van het klimaatbeleid noodzakelijk is door de uitstoot van CO2 te verminderen, wil het college de zero-emissiezone pauzeren (pagina 32). Consequentie is dat de luchtkwaliteit niet verder verbetert, wat – naast hittestress – ook ongezond is voor bewoners en voor de natuur. Natuurlijk vindt de Bomenstichting Den Haag pauzeren geen goed voorstel, maar als het college dit voornemen doorzet, dan verzoeken we het college om zoveel bomen te planten opdat de luchtkwaliteit toch verbetert en meteen de hittestress vermindert.

Meer structureel geld voor achterstallig onderhoud van groen (pagina 35) is een al lang gekoesterde wens van de Bomenstichting Den Haag. Helaas is het budget voor achterstallig onderhoud van groen niet duidelijk omdat het gereserveerde structurele bedrag van € 8 miljoen extra, slaat op het beheer en onderhoud van de buiten­ruimte (pagina 91). Welke deel van het budget bedoeld is voor groen is niet bekend; of het voldoende zal zijn, blijft gissen.

Het college gaat een lobby starten voor het vergroenen van de Haagse Lanen (pagina 35). Met dit plan wordt de wandelpromenade van de Lange Vijverberg/Lange Voorhout doorgetrokken tot en met het Spui. Het zal een schitterend visitekaartje worden.
Helaas is het nog maar een eerste stap.

Het Coalitieakkoord rept met geen woord over boomkroonoppervlak. De Natuurherstelverordening staat geen nettoverlies toe van stedelijk groen en boomkroonbedekking tot 2030 (t.o.v. 2024). Dat betekent dat de totale hoeveelheid stedelijk groen en oppervlak bedekt door boomkruinen in 2030 niet minder mag zijn dan in 2024. Daarbij gaat het niet alleen om groen in de openbare ruimte maar ook in particuliere tuinen. Het doel is om de achteruitgang van de biodiversiteit in Europa te stoppen en te herstellen. Na 2030 dient het oppervlakte groen aantoonbaar toe te nemen.
Duidelijk is dat de Natuurherstelverordening verder reikt dan het werkterrein van de groenbeheerder alleen. De opgave raakt ook afdelingen zoals wonen, vastgoed, verkeer, riolering en gebiedsontwikkeling. 
Het is onduidelijk hoe het college aan deze verordening gaat voldoen. Dit vereist natuurlijk dat er gemonitord moet gaan worden op het boomkroonoppervlak. We weten dat er jaarlijks 4.000-6.000 bomen gekapt worden, veelal bomen die ouder zijn dan 60 jaar en dus een grote kroon hebben ontwikkeld.
De Bomenstichting Den Haag zal op dit punt de vinger stevig aan de pols houden.

We zijn ronduit ongerust over de gebiedsontwikkeling in de Gavi-kavel, Vlietzone en de Plas van Reef (pagina 19). De Gavi kavel is een gebied met waardevolle en zeldzame biotopen. De Gavi-kavel wordt deels ingenomen door een moerasbos met wilgen, zwarte els en riet en moerasvegetatie. Het bos staat op venige klei waar water niet wegzijgt. De grondwaterstand is hoog
De Vlietzone herbergt een schatkamer aan groen, blauw, cultuurhistorie en open landschappen, op korte afstand van dichtbevolkt stedelijk gebied. Voor mens en dier vormt de Vlietzone zo een essentiële schakel tussen stad en land en tussen de verschillende groengebieden. In een omgeving waar steden sterk inzetten op verdichting is ruimte nodig voor verkoeling, biodiversiteit, wateropvang en ontspanning.
De Plas van Reef is nota bene onderdeel van de Stedelijke Groene Hoofdstructuur (SGH), waarvan het college zich heeft verplicht om deze duurzaam in stand te houden en uit te breiden in kwalitatieve zin en kwantitatieve zin. Onduidelijk is wat de gemeente wil: de plas dempen voor woningbouw? en hoe verhoudt zich dat met de wateropgave?
De Bomenstichting Den Haag zal zich blijvend verzetten tegen deze gebiedsontwikkelingen.

Ook zorgelijk is het stoppen met natuureducatie (pagina 36), wat 5 miljoen zou opleveren (pagina 91). Het college vergeet dat jeugd in zo’n versteende stad als Den Haag, toch al veel te weinig in aanraking komt met natuur. Buiten leren en spelen daagt uit tot creativiteit en onderzoekend gedrag. Het stimuleert de zintuigen, fijne en grove motoriek, concentratie en het vermogen tot abstract denken. Scholen zien minder onrust in de klas en een betere sfeer wanneer natuur structureel wordt ingezet.
We begrijpen niet dat het college deze essentiële ontwikkelingen aan de jeugd wil ontnemen.

De Haagse Bomenstichting is zich bewust van de uitdagingen die het nieuwe college heeft. In dit coalitieakkoord presenteert elk beleidsveld trots z’n eigen toekomstig beeld. Maar een integrale afweging ontbreekt. Onduidelijk is welke belangen zwaarder wegen. De beslissingen, die het college gaat nemen, bepalen echter wel de leefbaarheid van de stad voor de langere termijn. Maatregelen in verband met de klimaat- en biodiversiteitscrisis dienen daarom een het zwaarste gewicht te krijgen.
De Bomenstichting Den Haag beveelt een helder afwegingskader aan om deze crises een halt toe te roepen. Behoud van bomen en de aanplant van veel nieuwe bomen zullen positief uitwerken op beide crises. Behoud en aanplant van bomen dienen daarom vanaf het begin van de planvorming gewaarborgd te worden.

Bomen maken de stad leefbaar.